Je kunt de eigenschap Cells gebruiken om naar een enkele cel te verwijzen via rij- en kolomindexnummers. Deze eigenschap retourneert een Range-object dat één cel vertegenwoordigt
In het volgende voorbeeld retourneert Cells[5,2] cel B5 op Sheet1. Daarna wordt de eigenschap Value op 10 ingesteld
Workbook.Sheets[1].Cells[5,2].Value := 10;
De eigenschap Cells werkt goed om door een bereik met cellen te lopen, zoals in het volgende voorbeeld
With Workbook.Sheets[1] do begin
for i := 1 to 10 do
Cells[i, 1].Value := i;
end;
De eigenschap Cells kan worden toegepast op een Range-object, zoals in het volgende voorbeeld
With Workbook.Sheets[1].Range['C5', 'G20'] do begin
for i := 1 to Rows.Count do
Cells[i, 1].Value := i;
end;
dit voorbeeld loopt door de cellen C5:H15 op Sheet1. Bevat een cel een waarde kleiner dan 0,1, dan vervangt het voorbeeld die waarde door 0
With Workbook.Sheets[1].Range['C5', 'H15'] do begin
for i := 1 to Rows.Count do
for j := 1 to Columns.Count do
if Cells[i, j].Value < 0.1 then Cells[i, j].Value := 0;
end;